Wat is een mala?
Een mala is een traditionele gebedssnoer, gebruikt voor mantra's, gebed en meditatie. Meestal bestaat die uit 108 kralen, al bestaan er ook kortere versies, zoals de handmala met 21 of 27 kralen.
Elke kraal symboliseert een volgende stap in de beoefening: een geteld mantra, een ademhaling in, een ademhaling uit.
Een mala kan ook een mooi symbolisch object zijn, dicht bij het lichaam gedragen. In veel tradities wordt hij gezien als een persoonlijk voorwerp voor beoefening en concentratie.
Let bij het kiezen op materiaal, gewicht en hoe de mala aanvoelt in je hand - hij hoort een natuurlijke steun te zijn, geen last.
Hoe gebruik je een mala?
Er bestaan veel "richtlijnen" over hoe je een mala zou moeten gebruiken. Volgens de
hindoeïstische traditie houd je de mala in je rechterhand, waarbij de wijsvinger de kralen niet raakt - dit symboliseert het "loslaten van het ego". In het boeddhisme wordt de mala juist in de linkerhand gedragen. Weer andere beoefenaars maken zich er niet druk om in welke hand ze de mala houden. Algemeen geldt wel dat de mala de grond niet mag raken.
Een vaste regel is dat je de laatste kraal, de meru of sumeru, niet overschrijdt. Wil je meer dan één ronde maken, dan draai je de mala om: de laatste kraal waarmee je eindigde, wordt dan het startpunt van de volgende ronde.
Een mantra herhaal je gewoonlijk 108 keer op de mala. Het wordt aangeraden om niet halverwege te stoppen: begin je aan een ronde, maak hem dan ook af tot aan de laatste kraal.

Waarom het getal 108?
Er wordt gezegd dat er 108 namen bestaan voor Hindoeïstische goden. Vermenigvuldig je 9 met 12, dan kom je ook op 108 uit - en het getal 9 wordt eveneens als "magisch" beschouwd.
108 staat bovendien symbool voor het universum. Wanneer je dus 108 keer mantreert, omvat je met die mantra als het ware het hele universum - mooi gezegd, toch?
Het kwastje: meer dan een mooi detail
Aan het einde van een mala hangt vaak een kwastje (ook wel tassel genoemd), bevestigd aan de goeroekraal (sumeru). Dit kwastje staat symbolisch voor de vereniging van alle kralen - en dus van alle herhaalde mantra's - tot één geheel, verbonden met de bron van de beoefening.
De kleur van het kwastje is vaak niet toevallig gekozen, maar sluit aan bij een bepaalde intentie of chakra.
Enkele veelgebruikte kleuren en hun betekenis:
- Rood - energie, kracht, vitaliteit en aarding; verbonden met het wortelchakra.
- Oranje - creativiteit, levenslust en enthousiasme; verbonden met het sacraalchakra.
- Geel - zelfvertrouwen en persoonlijke kracht; verbonden met het zonnevlechtchakra.
- Groen - balans, harmonie en verbinding met de natuur; verbonden met het hartchakra.
- Blauw - rust, communicatie en helderheid; verbonden met het keelchakra.
- Indigo/Paars - intuïtie en innerlijke wijsheid; verbonden met het derde-oogchakra.
- Wit - zuiverheid en spirituele verbinding; verbonden met het kruinchakra.
Sommige mala's combineren twee kleuren in het kwastje, bijvoorbeeld blauw-paars, wat vaak wordt gekozen voor rust in combinatie met intuïtie. Uiteindelijk is de keuze voor een kleur persoonlijk: laat je leiden door wat aansluit bij jouw intentie, of gewoon door wat je mooi vindt - ook dat is een geldige reden.